Interview   |  maandag 4 februari 2019
1501 × gelezen

5 vragen aan…Jan van de Ven


Leraar zijn is volgens Jan van de Ven het mooiste vak van de wereld, want het is prachtig om bij te kunnen dragen aan de persoonlijke groei van kinderen. Als kartrekker van PO in actie heeft hij het heft in handen genomen om te strijden voor een eerlijk salaris en minder werkdruk voor leraren.

Jan is ruim 10 jaar werkzaam als leraar in het primair onderwijs en was tot 1 oktober 2018 voorman en grondlegger van PO in actie. Hij is 36 jaar, woonachtig in Venray en samen met zijn vriendin Loes en hun dochters Lot en Soof.

1. Je bent leraar op een basisschool. Wat is er volgens jou zo mooi aan dit vak?

Er is niks mooiers dan daadwerkelijk bij kunnen dragen aan de persoonlijke groei van kinderen. In het basisonderwijs mag je dat ook nog eens dag in dag uit met dezelfde kinderen doen gedurende een jaar. Daardoor kun je echt het verschil maken. Het is fantastisch om van dichtbij te zien hoe kinderen groeien gedurende zo’n jaar, zowel fysiek, als persoon en qua ontwikkeling. Als leraar ben je daar niet alleen getuige van, je bent de doorslaggevende factor in veel facetten van die ontwikkeling. Daarbij is het geweldig om iedere dag met kinderen te mogen werken, simpelweg omdat ze ongecompliceerd, onbevangen en vaak nog onbeschreven zijn.

2. Wat hebben jullie bereikt met PO in actie? En wat was jouw rol in deze?

PO in actie heeft het vak van leraar in het basisonderwijs eindelijk weer kleur op de wangen gegeven. De leraar is dankzij PO in actie weer terug in positie. De leraar is de spil in ons onderwijs, maar dat was de afgelopen jaren nogal naar de achtergrond geraakt. PO in actie heeft leraren weer in poleposition gezet op de werkvloer (zij zijn degene die gaan over wat wel/niet werkt of wel/niet kan op de werkvloer) en ook qua salarisachterstand hebben we een belangrijke eerste stap kunnen zetten in de inhaalslag ten opzichte van de salariskloof die er bestaat met collega’s in het voortgezet onderwijs. Ik heb daar persoonlijk als voorman aan bij mogen dragen, samen met mijn Amsterdamse collega Thijs Roovers en 45000 aangesloten leraren bij PO in actie. Anderhalf jaar waren Thijs en ik voorzitter, communicatieadviseur, lobbyist, persvoorlichter, strategisch adviseur, cao-onderhandelaar, vakbondsman, maar vooral ook gewoon collega-leraar.

3. Hoe was de overgang van actiegroep naar vakbond?

De overgang van actiegroep naar vakbond ging snel, maar toch ook organisch. Er zat eind december 2017 gewoon niets anders op. Wij hadden geen vertrouwen in de bestaande vakbonden met het oog op een snelle en juiste besteding van de 700 miljoen euro die in het regeerakkoord was vrijgemaakt voor onze sector. In twee weken tijd besloten we statuten op te maken, langs de notaris te gaan en als vakbond aan de slag te gaan. Ons doel was om binnen 3 weken 10.000 betalende leden te hebben. Bij de lancering van ons idee hadden we de 10.000 leden uiteindelijk binnen 24 uur. Dat gigantische draagvlak wat we hebben vanuit PO in actie is ook gedurende de cao-onderhandelingen altijd gebleven, uiteindelijk resulterend in een instemming van 98% van onze collega-leraren voor het behaalde resultaat. Het is ontzettend gaaf om dit hele proces vanaf de grond te hebben opgebouwd. Wij hebben echt verschil gemaakt, niet alleen wat betreft behaalde resultaten, maar ook hoe we het hele proces hebben ingericht. Nooit eerder waren er zoveel leraren betrokken bij de inrichting van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.

“Nooit eerder waren er zoveel leraren betrokken bij de inrichting van arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden”

4. Hoe zie je de toekomst van de vakbond PO in actie?

Die ligt wat mij betreft niet binnen de vakbondswereld. Ik denk dat PO in actie zich beter kan richten op de actiegroep rol die we ook in 2017 hebben bekleed. Daarnaast is het een niet weg te denken professionaliseringsplatform van 45.000 leraren die elkaar scherp houden, inspireren en informeren. PO in actie moet niet een plucheplakkende polderpartij worden net als alle andere vakbonden, maar juist de horzel binnen die polder om anderen aan te jagen, scherp te houden en ervoor te zorgen dat er focus is en blijft. Die focus hoort nu op het lerarentekort en de salariskloof te liggen. Het oplossen hiervan is dan ook de beste duurzame oplossing om te komen tot een gezondere situatie.

5. Sta je inmiddels met een ander gevoel voor de klas?

Ik sta inmiddels gelukkig weer 3 dagen in de week voor de klas. Daarnaast ben ik namelijk sinds 2015 ook actief als Statenlid in Limburg. Hiervoor ben ik gemiddeld 2 dagen per week kwijt. Tijdens de cao-onderhandelingen stond ik nog maar een dag in de week voor de klas, omdat de onderhandelingen ook minimaal twee dagen in de week opeisten. Daar hield PO in actie overigens niet bij op, want het is anderhalf jaar lang meer dan een fulltime baan geweest. Het ging 24 uur per dag, 7 dagen in de week en 365 dagen per jaar door. Bovenop de werkzaamheden als leraar en als Statenlid, maar ook zeker bovenop mijn gezin, vrienden en familie. Sinds 1 oktober hebben we het PO in actie-stokje overgedragen aan Paul de Brouwer en Brenda Benne-Saleh, twee collega-leraren uit Arnhem en Den Haag. Het is heerlijk om me weer op mijn klas, maar zeker ook op mijn gezin, vrienden en familie te kunnen richten. Het was een avontuur van jewelste, waarin we heel veel hebben mogen bereiken. Anderhalf jaar rollercoaster in het oog van de storm, daar moet zeker een boek in zitten. Daar krijgen Thijs en ik nu tijd voor.

Dit artikel is verschenen in de decemberuitgave van het magazine van Driessen Groep met het thema Ambacht.

Deel deze pagina