Artikel   |  dinsdag 29 maart 2016

Ambtsjubileumgratificaties, hoe zit het ook alweer?


Ambtsjubileumgratificatie

Met regelmaat stellen organisaties die behoren tot de sector gemeenten ons vragen over gratificaties bij jubilea zoals die per 1 januari 2016 zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de CAR-UWO. Ook bereiken ons vragen om de lokaal geldende afspraken te controleren. In de vorm van overgangsrecht gelden deze afspraken tot uiterlijk 31 december 2020. Op dit overgangsrecht is het bepaalde in artikel 3:19 niet van toepassing.

De grondslag voor het toekennen van een ambtsjubileumgratificatie is per 1 januari 2016 vastgelegd in artikel 3:19 van de CAR-UWO. In dit artikel wordt voor het eerst expliciet gedefinieerd wat er onder overheidsdienst in de CAR-UWO wordt verstaan: de tijd die de medewerker in dienst is geweest bij een bij het ABP aangesloten werkgever. Hierbij wordt er geen onderscheid gemaakt tussen een aanstelling of een arbeidsovereenkomst bij de werkgever noch tussen een voltijd of deeltijd dienstverband. Ook hoeft de medewerker zelf niet persé als ambtenaar aangesteld te zijn geweest.

Voor het bepalen van de dienstjaren tellen de volgende situaties nooit voor de berekening mee:

  • tijd bij de vrijwillige brandweer;
  • onbetaalde baantjes, werkervaringsplaatsen of stages.

Bij een ambtsjubileum vanwege 25 en 40 óf 50 dienstjaren is de gratificatie onbelast. Dit geldt niet voor de zogenaamde proportionele ambtsjubileumgratificatie die de medewerker kan ontvangen bij ontslag op grond van artikel 8:3 (reorganisatieontslag) of 8:4 (ontslag vanwege volledige arbeidsongeschiktheid) van de CAR-UWO. Deze gratificatie wordt toegekend indien de medewerker zonder het 8:3 of 8:4-ontslag binnen een periode van vijf jaren de jubileumleeftijd van 25 respectievelijk 40 óf 50 jaren kan bereiken. Voorwaarde is wel dat de medewerker tussentijds de AOW-gerechtigde leeftijd niet bereikt.

Met de invoering van artikel 3:19 in de CAR-UWO is er een formeel einde gekomen aan het toekennen van een gratificatie bij een dienstjubileum. Van een dienstjubileum is sprake van het volbrengen van een vooraf vastgesteld aantal jaren in dienst bij dezelfde organisatie.

Sommige organisaties kennen onder het overgangsrecht ook een ambtsjubileumgratificatie bij 12½ jaar overheidsdienst toe. Deze gratificatie is altijd een belaste uitkering. Hetzelfde geldt voor de gratificaties die gemeentelijke organisaties lokaal toekennen aan de medewerker die een vooraf bepaald aantal jaren in dienst van de betreffende organisatie is. Dergelijke gratificaties komen daarom ook niet voor in de CAR-UWO.

Er is een aantal verlofsituaties uit de CAR-UWO waarbij de medewerker recht heeft op een 100% berekening van het salaris en de toegekende salaristoelagen als basis voor de ambtsjubileum-gratificatie. Het gaat hierbij om het ouderschapsverlof of andere verloven op grond van de Wet arbeid en zorg (Wazo). Dit wil zeggen het salaris en de toegekende salaristoelagen gelden op de dag voor de ingang het Wazo-verlof.

Voor de begrippen salaris en salaristoelagen verwijzen wij u naar de begripsbepaling in artikel 1:1 van de CAR-UWO. Voor alle zekerheid merken we op dat de eindejaarsuitkering en de levensloopbijdrage geen onderdeel uitmaken van de salaristoelagen. Bent u medewerker bij een gemeentelijke organisatie en heeft u vragen over dit onderwerp dan is het verstandig om uw eigen arbeidsvoorwaardenregeling vooraf te raadplegen. Komt u er dan nog niet uit neem dan contact op met uw P&O- of HRM-adviseur.

Wanneer u werkzaam bent in een andere sector dan gelden voor de berekening van het ambtsjubileum weer andere voorwaarden dan hiervoor beschreven. Raadpleeg uw cao of adviseur.

Deel deze pagina
Redactie
De redactie van Publiek Perspectief schrijft over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van HRM, management en salarisadministratie in de publieke sector.