Artikel   |  dinsdag 27 augustus 2019
321 × gelezen

Datagedreven werken binnen de overheid


Overheidsbeleid verbetert met slim datagebruik. Overheden willen daarom steeds meer datagedreven werken. Burgers willen echter niet dat hun overheid of bedrijven hen zonder grenzen observeren. Estland heeft er een goede oplossing voor gevonden.

Volgens Bert Kroese heeft Estland goed geregeld wie toegang heeft tot welke persoonsgegevens en hebben burgers daar veel invloed op. “Ze kunnen achteraf zelfs altijd nakijken wie hun data heeft ingezien en waarom”, vertelt Kroese, plaatsvervangend directeur generaal van het CBS, in een essay in Binnenlands Bestuur.

Waarborgen bij dataverzameling

Natuurlijk heeft de overheid data over burgers nodig. Met het gebruik van deze gegevens kan de overheid bijvoorbeeld fraude effectief bestrijden, ongelijkheid in het onderwijs voorkomen en probleemgezinnen helpen. “Maar in Europa en Nederland willen we pertinent niet dat overheid of particuliere bedrijven de burger zonder begrenzing in de gaten houden. Dataverzameling en -beheer moeten daarom met strenge waarborgen zijn omgeven”, stelt Kroese. Hij vindt dat de in de wereld unieke Europese General Data Protection Regulation (GDPR) en de hiervan afgeleide Nederlandse Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) voor die waarborgen zorgen. Overheden en bedrijven moeten kunnen bewijzen dat ze door burgers of klanten verstrekte data alleen toepassen voor het doel waarvoor deze zijn gegeven.

Lees ook: Datagedreven gemeenten, van kinderschoenen tot co-creatie

Eigen regie deels bij burger

“Het lijkt zo logisch, doelbinding en data­minimalisatie, maar in de praktijk blijken deze uitgangspunten continu gemonitord en bewaakt te moeten worden”, benadrukt Kroese. Volgens hem is het uitgangspunt voor fatsoenlijk databeheer waar mogelijk de regie over de eigen gegevens bij de burgers te leggen. “De burger moet zelf kunnen bepalen wie zijn persoonsgegevens mag gebruiken.” In Estland is al goed geregeld wie toegang heeft tot welke persoonsgegevens en burgers hebben daar veel invloed op. “Sterker nog, ze kunnen achteraf altijd nakijken wie hun data heeft ingezien en waarom. Transparantie ten top”, aldus Kroese.

Kennis van het CBS

Veel overheden doen momenteel hun best het echt datagedreven werken te leren. Kroese vindt het CBS hierbij een logische partner voor de overheid. Daarbij is er veel behoefte aan de kennis die het CBS heeft van technische zaken zoals databeveiliging, dataopslag en beschrijving van de (kwaliteit van de) gegevens. “Het moeilijke, maar ook leuke daarbij, is het vinden van een gezamenlijke taal en werkwijze tussen data-experts en beleidsmensen, tussen bestuurders en de werkorganisatie, tussen beleid maken en datagericht werken”, legt Kroese uit.

Bedrijven en wetenschappelijke instellingen

De overheid heeft daarnaast behoefte aan andere datadiensten die het CBS niet kan verzorgen, waaronder voorspellingen of uitspraken over individuele bedrijven of personen. “Er zijn tal van grote en kleine bedrijven, start-ups en gerenommeerde bedrijven die ook stukjes van de puzzel kunnen leggen in datagedreven werken. Ook wetenschappelijke instellingen kunnen met hun kennis bijdragen aan het geheel.”

Lees ook: Vijf vragen aan…Sander Klous, hoogleraar Big Data Ecosystems for Business and Society aan de Universiteit van Amsterdam

Data-ecosysteem

Vanuit zijn wettelijke taak werkt het CBS ondertussen aan een ‘data-ecosysteem’. Hierin combineert het zijn data-infrastructuur en kennis met de innovatiemogelijkheden, specialistische kennis en andere expertise van private partijen en academische instellingen. Volgens Kroese wordt daarbij het totaal meer dan de som der delen. Hij stelt dat een dergelijk systeem kan zorgen voor een samenhangend pakket aan producten en diensten, dat overheden optimaal kan ondersteunen bij het datagedreven werken.

Bron: Binnenlands Bestuur

Deel deze pagina
Redactie
De redactie van Publiek Perspectief schrijft over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van HRM, management en salarisadministratie in de publieke sector.