Artikel   |  donderdag 27 juni 2019
562 × gelezen

De waarde van werk in Nederland


Wat is de waarde van werk? Die fundamentele vraag stelt de Commissie Regulering van Werk in een recent gepubliceerd tussenrapport. Deze commissie is door het kabinet ingesteld om advies te geven over de huidige knelpunten op de arbeidsmarkt en ideeën te presenteren voor regelgeving die beter aansluit op de toekomstige arbeidsmarkt.

De eerste wetten rond werk dateren van eind 19e eeuw en regelden de klassieke arbeidsrelatie door de werknemer tegen de werkgever te beschermen. Deze beschermingsgedachte, met het vaste contract als uitgangspunt, ligt nog steeds ten grondslag aan ons huidige stelsel. Maar de wereld van werk is veranderd.

Trends & knelpunten als aanleiding

Aanleiding voor het onderzoek is het relatief hoge aantal mensen die geen vast contract hebben, maar werkzaam zijn op basis van allerlei vormen van flexibele arbeid. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de commissie moet de oorzaak hiervan niet alleen gezocht worden in globalisering of technologische ontwikkelingen.

Ook de voorkeur van werkgevers en werknemers speelt hierbij een cruciale rol. Die voorkeur ontstaat door kostenverschillen als gevolg van ons huidige stelsel, met name de duur van loondoorbetaling bij ziekte, de preventieve ontslagtoets, de zelfstandigenaftrek en een sociaal zekerheidsvangnet dat vooral gekoppeld is aan het vaste contract.

Flexibiliteit in Nederland

Volgens de OESO kent Nederland in vergelijking met andere landen een opvallend hoog percentage ‘flexwerkers’ (tijdelijk en zzp). Zo is 1 op de 5 werknemers in Nederland flexibel werkzaam. Ter vergelijking: het gemiddelde van de OESO is 1 op de 10 werknemers. Met name de groei van het aantal zzp’ers in Nederland valt daarbij op.

Werkgevers zijn daardoor wendbaar en in staat om snel te reageren op een onvoorspelbare vraag. Werknemers zijn ook in staat om werk en privé beter te combineren en behoren daardoor tot de ‘werkgelukkigste’ mensen binnen de OESO.

Een dreigende tweedeling op de Nederlandse arbeidsmarkt

Maar er is ook een keerzijde: er dreigt een tweedeling te ontstaan in onze maatschappij tussen diegenen die hoog zijn opgeleid, goede beschermde banen hebben en gezond zijn en anderzijds een groep voor wie dat niet geldt: die geen goede opleiding hebben, veel minder bescherming hebben en daardoor structureel buiten de boot dreigen te vallen. Dat is natuurlijk vooral nadelig voor de werknemers die het betreft, maar het kan ook op lange termijn schadelijk zijn voor de productiviteit en stabiliteit van onze economie.

De voorlopige denkrichtingen van de Commissie Regulering van Werk

Voordat we een ‘point of no return’ bereiken, is verandering op korte termijn dus noodzakelijk. Als randvoorwaarden noemt de commissie in ieder geval ‘een gelijk speelveld van werkenden’ en ‘sociale zekerheid voor iedereen’. Met het oog hierop schetst de commissie enkele denkrichtingen:

  1. Verklein de verschillen tussen contractvormen en zorg voor een breed fundament aan inkomensbescherming gericht op risicodeling voor alle werkenden;
  2. Verhoog in alle contractvormen de wendbaarheid, zodat duurzame arbeidsrelaties ontstaan waarin wederzijds investeren loont;

Creëer mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling en maak het bijhouden van kennis en vaardigheden vanzelfsprekend en een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zodat werknemers duurzaam inzetbaar blijven.

De nieuwe ‘sociale kwestie’: de toekomst van werk

AWVN stelt dat de tijd rijp is voor hervorming van de arbeidsmarkt en deze opnieuw te ontwerpen. Een aantal experts geloven ook in de noodzaak van fundamentele hervorming en hebben hiertoe al een initiatief genomen door een ‘Wetboek van Werk 2025’ te ontwerpen. Maar er is ook vrees dat een te ambitieuze houding van de commissie ondersneeuwt in de Haagse politiek.

Jurriën Koops, directeur van de Algemene Bond van Uitzendondernemingen, pleit daarom voor een realistische aanpak, waarbij de heilige huisjes zoals de zelfstandigenaftrek niet geschuwd worden, en de diversiteit aan arbeidsrelaties en eenvoudige, robuuste en onderscheidende wetgeving daarbij als uitgangspunten genomen worden.

Het moge duidelijk zijn dat de commissie met haar voorlopige rapport vooral een discussie op gang wil brengen. Dat blijkt ook uit de titel: ‘in wat voor land willen wij werken?’ Er valt voor alle belanghebbenden immers nog veel te winnen om te voorkomen dat mensen op de arbeidsmarkt langdurig aan de zijlijn belanden.

Tot slot…

Eind 2019 presenteert de commissie in ieder geval haar definitieve advies over de toekomst van werk en het antwoord de vraag hoe we arbeidsmarkt en sociaal stelsel weer bij elkaar brengen. Belangrijk dus! Ook al is de inkt van de Wet arbeidsmarkt in balans nog maar net opgedroogd: nieuwe hervormingen zijn in aantocht…   

Bronnen: OESO, AWVN, ABU

Deel deze pagina
Carina Estevez
Carina Estevez is binnen Driessen werkzaam als adviseur HRM & verzuim.
Meer van deze auteur