Artikel   |  donderdag 21 september 2017

Prinsjesdag 2017: gevolgen voor PSA


De Nederlands economie groeit. Koning Willem Alexander liet in de Troonrede optekenen: ‘Kijkend naar Nederland zien we aan het einde van deze kabinetsperiode veel positieve ontwikkelingen. Meer mensen hebben een baan. Meer mensen kopen een huis. Ondernemers investeren meer. En we zien na moeilijke jaren weer een bloeiende economie en een gezonde schatkist. Toch merkt niet iedereen de economische groei voldoende in het dagelijks leven. Het is daarom belangrijk dat meer mensen gaan profiteren van de economische voorspoed.’ Door diverse koopkrachtmaatregelen van het kabinet moet de koopkracht van werkende, uitkeringsontvangers en gepensioneerden er in 2018 dan ook op vooruit gaan. Van wijziging in belastingschijven tot heffingskorting. Van arbeidskorting tot LIV. En van lastenverlichting S&O tot Derdenbeslag Belastingdienst. Bij personeels- en salarisadministratie kijken we ook dit jaar met een rekenmachine in de hand naar de Miljoenennota.

Wijziging belastingschijven

In 2018 is een stijging te zien in de inkomensschijven. Zo gaat de hoogte van schijf 1 van maximaal €19.982,- in 2017 naar maximaal €20.142,- in 2018. Ook de percentages in de eerste, tweede en derde schijf zijn licht gestegen. Het percentage van de vierde schijf is gedaald, van 52% in 2017 naar 51,95% in 2018. In onderstaande tabel is de grens per schijf weergeven en het bijbehorende belastingtarief.

Schijven  

Maximum 

Belastingtarief  

Eerste schijf 

€20.142,- 

36,55% 

Tweede schijf  

€34.404,- 

40,85% 

Derde schijf 

€68.507,- 

40,85% 

Vierde schijf 

– 

51,95% 

Belastingtarief werknemer onder AOW-leeftijd

In onderstaande tabel is de grens per schijf weergegeven voor werknemers boven de AOW-leeftijd. Er is een verschil te zien in de tweede schijf voor werknemers die voor 1 januari 1946 zijn geboren. In deze tabel is ook het belastingtarief per schijf te zien.  

Schijven  

Maximum 

Belastingtarief  

Eerste schijf 

€20.142,- 

18,65% 

Tweede schijf (geboren voor 1-1-1946) 

€34.404,- 

22,95% 

Tweede schijf (geboren na 1-1-1946) 

€33.994,- 

22,95% 

Derde schijf 

€68.507,- 

40,85% 

Vierde schijf 

– 

51,95% 

Wijziging heffingskorting

Het maximum van algemene heffingskorting is in 2018 verhoogd van €2.254,- in 2017 naar €2.265,- in 2018. De algemene heffingskorting boven AOW-leeftijd is van €1.151,- in 2017 naar €1.157,- in 2018 gegaan. Bij een inkomen tot het maximum van de eerste schijf, ontvang je de maximale algemene heffingskorting. Het afbouwpercentage bij algemene heffingskorting onder de AOW-leeftijd is verlaagd van 4,78% in 2017 naar 4,683% in 2018. In de tabel hieronder is de heffingskorting per inkomen te zien. Voor inkomens tot €20.142,- geldt de maximum heffingskorting, daarna telt het afbouwpercentage mee.

Inkomen  

Algemene heffingskorting onder AOW-leeftijd 

10.000 

€2.265,- 

20.000 

€2.265,- 

30.000 

€1.803,- 

40.000 

€1.335,- 

50.000 

€866,- 

60.000 

€398,- 

68.507 

Heffingskorting per inkomen 

Arbeidskorting 

In 2018 stijgt de arbeidskorting  van €3.223,- in 2017 naar €3.249,- in 2018. Daarbij blijkt het afbouwpercentage  ongewijzigd, namelijk 3,6%. Het opbouwpercentage daalt van 28,317% naar 28,067%. 

Premiekorting en LKV

Sinds 1 januari 2009 kennen we in Nederland de premiekorting voor oudere werknemers (vanaf 56 jaar, maar niet ouder dan de AOW leeftijd) en de premiekorting voor werknemers met een arbeidshandicap. Deze regelingen verschaffen een financieel voordeel aan de werkgever bij het in dienst nemen van medewerkers die onder één van de twee doelgroepen vallen.Het kabinet wil de positie van mensen met een afstand tot arbeidsmarkt versterken door middel van de premiekortingen. In de praktijk blijkt dat de verzilvering van de premiekorting soms lastig is doordat werkgevers ingewikkelde berekeningen moeten maken. Kleinere werkgevers kunnen de premie niet volledig verrekenen.

Per 1 januari 2018 worden daarom de premiekortingen afgeschaft en opgevolgd door vier soorten loonkostenvoordelen (LKV):

  • LKV oudere werknemer 
  • LKV arbeidsgehandicapte werknemer 
  • LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
  • LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer.

De specifieke voorwaarden per LKV zijn in het handboek loonheffingen 2018 terug te vinden. Voor alle varianten is het van belang dat er een doelgroep verklaring bij het UWV aangevraagd wordt, alvorens het LKV via de aangifte loonheffingen wordt gedaan.

De hoogte van het LKV is afhankelijk van het aantal verloonde uren. Per jaar is er per variant een maximumbedrag vastgesteld. 

Loonkostenvoordeel

Bedrag per verloond uur

Maximum-bedrag per jaar

Aantal jaren dat het LKV voor dezelfde medewerker mag worden aangevraagd

Oudere werknemer

€ 3,05

€ 6.000,-

3

Arbeidsgehandicapte werknemer

€ 3,05

€ 6.000,-

3

Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

€ 1,01

€ 2.000,-

3

Herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

€ 3,05

€ 6.000,-

1

Het LKV wordt jaarlijks automatisch door de Belastingdienst aan werkgevers uitbetaald. Omdat het LKV op feitelijk verloonde uren wordt gebaseerd, vindt de uitbetaling plaats na afloop van ieder kalenderjaar. Het UWV stuurt hiervoor eerst een voorlopige en vervolgens een definitieve berekening.

Voor de huidige premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer bestaat een overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2018 bestaat het recht op één van de vier loonkostenvoordelen voor de resterende periode dat de premiekorting toegepast had mogen worden. De premiekorting jongere werknemers verdwijnt volledig, zonder dat hiervoor een LKV in de plaats komt. De wetgever voorziet echter wel in een minimumjeugdloonvoordeel.

Wijzigingen minimumjeugdloon en jeugd LIV

De overheid verlaagt in twee fases de leeftijd waarop werknemers het volledige wettelijk minimumloon ontvangen. Vanaf 1 juli van dit jaar hebben werknemers vanaf 22 jaar recht op het volledige minimumloon. Daarnaast is per deze datum ook het minimumjeugdloonpercentage voor 18-, 19- en 20-jarigen verhoogd. Per 1 juli 2019 ontvangen ook 21-jarigen 100% van het wettelijk minimumloon

Leeftijd

Voor 1 juli 2017

Per 1 juli 2017

Per 1 juli 2019

23 jaar en ouder

100%

100%

100%

22 jaar

85%

100%

100%

21 jaar

72,5%

85%

100%

20 jaar

61,5%

70%

80%

19 jaar

52,5%

55%

60%

18 jaar

45,5%

47,5%

50%

17 jaar

39,5%

39,5%

39,5%

16 jaar

34,5%

34,5%

34,5%

15 jaar

30%

30%

30%

Een hoger minimumloon voor jonge werknemers leidt natuurlijk tot hogere loonkosten voor de werkgevers. Het kabinet compenseert werkgevers met het lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). Hiermee kunnen werkgevers vanaf 1 januari 2018 een tegemoetkoming ontvangen.

Leeftijd op 31 december 2017

Jeugd-LIV per werknemer per verloond uur

Maximale jeugd-LIV per werknemer per jaar

18 jaar

€ 0,23

€ 478,40

19 jaar

€ 0,28

€ 582,40

20 jaar

€ 1,02

€ 2.121,60

21 jaar

€ 1,58

€ 3.286,40

Net zoals bij het regulier LIV en het LKV, wordt het voordeel berekend over het aantal verloonde uren. De Belastingdienst haalt de informatie automatisch op uit de loonaangifte en berekend na afloop van ieder kalenderjaar het uiteindelijke jeugd-LIV.

Voor werknemers die 22 jaar of ouder zijn, is het reguliere lage-inkomensvoordeel (LIV) van toepassing. De bedragen hiervan zijn met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 aangepast.

Gemiddeld uurloon over 2017

LIV per werknemer per verloond uur

Maximale LIV per werknemer per jaar (bij een 38-urige werkweek)

€ 9,66 of meer, maar niet meer dan €10,63

€ 1,01

€ 2.000,-

Meer dan €10,63, maar niet meer dan €12,08

€ 0,51

€ 1.000,-

Wijzigingen in bijtelling auto van de zaak

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
Autofabrikanten of de door de fabrikant aangewezen importeur dienen met ingang van 1 januari 2018 de catalogusprijs van een auto publiekelijk kenbaar te maken. Dit heeft invloed op het bepalen van de afschrijving van de auto, maar ook op de bijtelling. Ook heeft de catalogusprijs invloed op de te betalen belasting bij privégebruik van de auto. Bij een lagere cataloguswaarde, betaal je minder belasting. De fabrikant of importeur is verplicht de geldende catalogusprijs (inclusief wijzigingen van de catalogusprijs) publiekelijk kenbaar te maken. Deze melding is vormvrij.

Nulemissievoertuigen
Bij privégebruik van een auto van de zaak geldt voor nieuwe auto’s vanaf 2017 een bijtelling in de loon- en/of inkomstenbelasting van 22% van de catalogusprijs. Enkel bij privégebruik van een nul-emissieauto van de zaak geldt in 2017 en 2018 een korting van 18% op de bijtelling. Hierdoor komt de bijtelling voor nul-emissieauto’s in feite uit op 4%. In 2019 en 2020 is de korting van 18% gemaximeerd op € 9.000. Een nul-emissievoertuig stoot 0 CO2 g/km uit. De bijtelling voor auto’s met CO2 uitstoot is 22%.

Wet normering topinkomens

Na de contractuele loonstijging van de publieke en semi-publieke sector, stijgt het maximum inkomen van topfuncties van €181.000,- in 2017 naar €187.000,- in 2018.

Administratieve lastenverlichting speur- en ontwikkelingswerk

De inhoudingsplichtige die gebruik maakt van de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) moet een administratie van deze werkzaamheden bijhouden en een mededeling doen aan de Minister van Economische Zaken. Sinds 2016 is het toegestaan om de uren en kosten waarop de S&O verklaring ziet ook later in het kalenderjaar te maken en te verrekenen. De mededeling aan de Minister van Economische Zaken per S&O verklaring is hierdoor een grotere en meer complexe administratieve handeling geworden. De Belastingdienst heeft nu het voorstel gedaan om deze mededelingen eens per jaar over de dan afgegeven S&O verklaringen te laten plaatsvinden.

Derdenbeslag Belastingdienst

Wanneer er sprake is van schulden die niet worden betaald, kan er uiteindelijk beslag worden gelegd op de bezittingen en gelden van de schuldenaar. Hieronder vallen ook de bezittingen en gelden die de schuldenaar nog gaat ontvangen. Zoals bijvoorbeeld het loon van zijn/haar werkgever. Dit is een vorm van derdenbeslag.

In de praktijk is de Belastingdienst regelmatig een schuldeiser en daardoor derdenbeslaglegger. Over het algemeen komt hier een gerechtsdeurwaarder en een uitgebreide procedure aan te pas. Voor een aantal vorderingen (zoals loon), mag de Belastingdienst gebruik maken van een vereenvoudigde procedure. Per 1 januari 2019 is de Belastingdienst voornemens om het aantal vorderingen te gaan uitbreiden. Zo kan de beslaglegging efficiënter verlopen. Gedacht moet worden aan vorderingen op betaaldienstverleners, verzekeraars en opdrachtgevers van de schuldenaar.

Bronvermelding: Troonrede 2017, Miljoenennota 2018, Belastingplan 2018, overige fiscale maatregelen 2018, nieuwsbrief Loonheffingen 2018, publicatie Staatscourant nr. 2017-0000402617

Dit artikel in geschreven door salarisadviseurs outsourcing Astrid Mul en Suzanne van de Castel

Deel deze pagina
Simon Schraven
Simon Schraven is werkzaam als coördinator outsourcing bij Driessen.
Meer van deze auteur