Artikel   |  dinsdag 26 februari 2019
2239 × gelezen

Scholing na ontslag verdient meer aandacht


Voor een werknemer die zijn baan verliest, is scholing essentieel voor een goed vervolg op de arbeidsmarkt. Hiervoor zijn een individueel opleidingsbudget nodig en regionale scholings- en investeringsfondsen. Dit stellen de onderzoekers Irmgard Borghouts, Ton Wilthagen, Jana Verschoor en Mark Bosmans.

De onderzoekers schreven het onderzoeksrapport ‘Overstappen op de Arbeidsmarkt’. Ze benadrukken de waarde en het belang van arbeid voor mensen en organisaties. Werk biedt inkomenszekerheid, maar is ook een ‘koninklijke route’ naar maatschappelijke participatie. Daarbij is arbeid voor organisaties naast een economische productiefactor, ook een bron van innovatie en creativiteit. Volgens de onderzoekers is het zeker bij de huidige krapte en vergrijzing cruciaal dat mensen op de arbeidsmarkt actief blijven.

Werkloosheid

De kosten van niet-werk, werkloosheid en inactiviteit treffen ook de samenleving fors, beklemtonen de onderzoekers. Veel werkloosheid heeft grote individuele gevolgen, zoals inkomensverlies en afnemende gezondheid en welzijn en een gevoel van uitsluiting. De productie en dienstverlening van organisaties lijden hieronder en werkgevers moeten via hogere premies meebetalen aan de kosten van werkloosheid.

Nieuwe functies

Functies veranderen sneller of verdwijnen door economische ontwikkelingen, toegenomen concurrentie, reorganisaties en technologische innovaties. De onderzoekers beklemtonen dat er wel wettelijke regelingen zijn voor het aan werk helpen, maar niet voor het aan het werk houden van mensen als bestaand werk eindigt. Sectoren hebben soms wat geregeld in een cao of ze nemen maatregelen in een sociaal plan bij massa-ontslag.

Van werk naar werk

De vier wetenschappers onderzochten met steun van Instituut Gak en de provincie Noord-Brabant of en hoe werkgevers boventallige werknemers helpen met het vinden van nieuw werk bij een andere werkgever. Ook keken ze of werknemers deze ondersteuning gebruiken en wat de uitkomsten ervan zijn. Ze ondervroegen hiervoor organisaties in Noord-Brabant. Landelijk volgden ze boventallige werknemers die deelnemen aan zogenoemde van-werk-naar-werk (VWNW)-trajecten.

Ondersteuning

Uit het onderzoek blijkt dat grotere organisaties vaker dan kleine organisaties beleid en trajecten uitvoeren gericht op VWNW. Soms staan regelingen in een cao of zijn organisaties eigenrisicodrager voor de ww. De sectoren overheid en onderwijs werkten vaker met VWNW-beleid en -trajecten dan andere sectoren. 60 procent van de 223 organisatievestigingen in de Brabantse steekproef die gedwongen baanverliezen kenden in 2015-2016, geeft aan dat ze VWNW-ondersteuning boden. Die ondersteuning was er bij 34 procent niet.

Korte- en langetermijnbelangen

De redenen dat werkgevers VWNW-trajecten inzetten, lopen volgens de onderzoekers van een economisch belang tot behoud van de goede reputatie van de organisatie en verantwoordelijkheid voor het aan het werk houden van individuele werknemers. Het motief van organisaties voor het wel of niet werken met VWNW hangt samen met de korte- en langeretermijnvisie van organisaties. ‘Overlevers’ richten zich vooral op zo kostenefficiënt mogelijk handelen op de korte termijn. Organisaties met aandacht voor een langere termijnstrategie kijken ook naar de gevolgen voor het welzijn van hun personeel, de reputatie van de organisatie en maatschappelijke effecten.

Mobiliteitscentrum

Van de organisatievestigingen uit het onderzoek in de provincie Noord-Brabant met VWNW-ondersteuning huren de meeste werkgevers een extern outplacementbureau in (42 procent). 35 procent heeft de VWNW-ondersteuning intern georganiseerd met een intern mobiliteitscentrum of interne mobiliteitsfunctionaris. Een vijfde van de werkgevers doet een beroep op een extern mobiliteitscentrum of samenwerkingsverband met andere organisaties.

Slechtere arbeidsvoorwaarden

Er is een tamelijk breed aanbod van VWNW-activiteiten, maar volgens de onderzoekers worden veel activiteiten weinig gebruikt. Het populairst zijn individuele begeleiding, sollicitatietrainingen en workshops. Ruim driekwart van boventalligen die een baan zoeken na ontslag, vindt nieuw werk, meestal in een andere branche. Tegen de helft van hen gaat er echter qua arbeidsvoorwaarden op achteruit (lager salaris, tijdelijk contract in plaats van vast). Bovendien hebben degenen die een nieuwe baan vinden van lagere kwaliteit dan voor ontslag, vaker een slechtere mentale gezondheid.

Positief effect scholing

De onderzoekers concluderen verder dat vooral training of scholing bijdraagt aan het sneller nieuw werk krijgen. Gemiddeld zijn mensen die een training of scholing volgen bijna een half jaar korter werkloos na ontslag. Daarbij werken persoonlijke aandacht en begeleiding door een externe coach, sociale steun van familie en vrienden en hulp bij solliciteren ook bevorderend.

Sleutelrol

Scholing heeft dus volgens de onderzoekers een sleutelrol bij een goede overstap op de arbeidsmarkt na ontslag. Overheid en sociale partners moeten hier wel tijdig mee beginnen en werknemers moeten open staan voor dit aanbod. Daarnaast moet de grote groep flexwerkers er beter bij worden betrokken. Kabinet en sociale partners hebben het veel over de noodzaak van leven lang ontwikkelen. De onderzoekers benadrukken dat daarvoor dan wel middelen moeten zijn, voor individuen en ook voor het midden- en kleinbedrijf. Naast een individueel opleidingsbudget zijn regionale scholings- en investeringsfondsen nodig, inclusief deelname van sectoren.

Bron: Brabants Dagblad

Deel deze pagina
Redactie
De redactie van Publiek Perspectief schrijft over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van HRM, management en salarisadministratie in de publieke sector.