Interview   |  donderdag 3 januari 2019
419 × gelezen

“Vertrouw de vakmensen van vandaag “


vakmensen

Hoogleraar sociologie Marc Vermeulen wijst op het belang van ambacht in de publieke sector. En bij ambacht hoort volgens hem verantwoordelijkheid en autonomie. Alleen dan komt vakmanschap bovendrijven.

Marc Vermeulen houdt zich dagelijks bezig met het vak strategie, innovatie en bestuur. Ik stel hem als eerste de vraag hoe hij gekomen is waar hij nu staat. “Als ik antwoord moet geven op die vraag dan wordt het laat”, lacht hij. Toch schuilt er een duidelijk patroon in zijn verhaal.

“Eens per jaar spreek ik op een MBO in Den Bosch over schoolkeuzes en wel of niet doorstuderen. Dan begin ik altijd met mijn eigen CV. In het begin hing mijn CV van toevalligheden aan elkaar. Ik had een hekel aan (mijn leraar) wiskunde en liet daardoor al mijn bètavakken vallen, maar uiteindelijk ben ik gepromoveerd op een econometrische analyse van onderwijsdeelname. Op een ander moment werd ik afgekeurd op een intelligentietest voor de politie. Waarschijnlijk had ik een slechte dag, maar politieagent ben ik nooit geworden. Geschiedenis was een soort hobby voor me, dus meldde ik me aan voor de lerarenopleiding. Helaas werd ik niet toegelaten, omdat er daar al teveel van waren, maar ik kon wel leraar maatschappijleer worden. Daar kwam ik in aanraking met het vak sociologie. Het vak waarin ik na mijn lerarenopleiding maatschappijleer mijn doctoraal heb gehaald. Ondertussen stond ik voor de klas en werkte ik in de psychiatrie. Ik liep een hoogleraar tegen het lijf die in mij een onderzoeker zag en vroeg of ik er wel eens over had nagedacht om in de wetenschap aan het werk te gaan. Van het een kwam het ander.”

Wat is dan dat patroon?

“Het zit hem denk ik in voor de publieke zaak willen werken. Je hersens gebruiken. Maar ook het nadenken over de toekomst, waar gaan we naartoe, wat kunnen we voorspellen? Een combinatie waarbij ik kwalitatieve (sociologie, geschiedenis, zachte kant) en kwantitatieve informatie (econometrie, harde kant) wil combineren. Wat er bij mij altijd ingezeten heeft is dat ik na wil denken over de toekomst, wat is het punt op de horizon waar we naartoe bewegen, ondanks het feit dat geschiedenis nog een hele dierbare liefde voor me is.”

Wat doe je zoal in je werk?

“Ik help organisaties om erachter te komen waar ze over 10 jaar staan, hoe ze daar komen en waarom ze daar überhaupt moeten staan. Ik maak ramingen waarbij de overheid kan zien waar ze geld in moeten steken of waarin juist niet. Ook probeer ik patronen te identificeren in de samenleving. Het gaat daarbij steeds vaker over de kwetsbare elementen, zoals sociale huisvesting, middelbaar beroepsonderwijs, GGZ, etc. In mijn ogen mensen die het niet makkelijk hebben en waar de publieke sector iets voor kan betekenen. Je hebt mensen die zichzelf prima kunnen redden, maar ook mensen die het financieel of op de arbeidsmarkt wat moeilijker hebben. De publieke sector heb je nodig om die mensen op een moderne manier een stapje vooruit te helpen.” 

Wat is ambacht volgens jou?

“Ik ben erg geïnspireerd door het boek ‘de ambachtsman’ van de beroemde socioloog, Richard Sennett. Hij is een van de helden in de moderne sociologie. Sennett is teruggegaan naar waar ambachtelijkheid vandaan komt en heeft zichzelf de vraag gesteld: ’Kunnen we met het begrip ambacht de 21e eeuw in?’ Die manier van denken spreekt mij erg aan.

Sennett zegt dan eigenlijk het volgende, een ambachtsman:

  • Doet iets wat niet iedereen kan, er zit een duidelijke vaardigheidscomponent in.
  • Wil zijn of haar werk letterlijk laten zien en is er trots op. Denk aan een edelsmid die vroeger in de etalage zat, mensen konden meekijken.
  • Zoekt een discussie op of wil mensen uitdagen iets van zijn of haar werk te vinden en graag een gesprek aangaan over wanneer het goed is en of dit het goede is.
  • Is zelfbewust en hanteert een hoog normenkader (ethische component).

Hoe uit ambacht zich in organisaties?

In het moderne denken over organisaties, waarbij het gaat over zelfsturing, platte organisaties, transparantie, kom je dezelfde elementen weer tegen. Een vakman is niet perse afhankelijk van een leidinggevende. Hij of zij kiest een eigen weg, heeft een hoge mate van autonomie, is bereid en in staat om zichzelf zichtbaar te maken. Dekt niets toe en is transparant.

Marc: “Ik gebruik het begrip ‘Verantwoord vakmanschap’. De publieke sector wordt gillend gek van al die verantwoordingskwesties. Hoe mooi zou het zijn als we kunnen zeggen: ‘Dit is een verantwoorde verpleegkundige!’. Dat betekent dat het een vakman is. Die dekt niets toe en is altijd eerlijk, ook als er fouten worden gemaakt.”

Waar moeten organisaties op sturen om dit voor elkaar te krijgen?

“Als we in dit verband kijken naar de moderne bedrijfskunde, dan hebben we het altijd over het bevorderen van efficiency (doelmatigheid) en effectivity (doeltreffendheid). Wat die vakmensen doen kun je beschrijven aan de hand van een psychologisch begrip, namelijk efficacy. Als er sprake is van efficacy, ligt beetje tegen het flow begrip aan, dan ontstaan efficiency en effectivity vanzelf. Iemand die in een positief vakmanschap zit wil geen verspilling, maar efficiënt en doeltreffend werken door steeds weer doelen te verleggen en beter te worden. Als je die twee combineert kom je op efficacy uit, waarbij iemand een intrinsiek gevoel of motivatie heeft om mooi, goed en beter te willen werken. Als je dat type vakmanschap in je organisatie hebt en stuurt op efficacy, dan heb je vrijwel geen controlemechanismen meer nodig.”

Heb je een voorbeeld?

“Denk aan een ziekenhuis waar per dag honderden protocollen worden gehanteerd. Dit is een soort wantrouwen dat je uitspreekt richting de medewerkers om je wel aan de regels te houden. We noemen dit ook wel rule based werken. Rule based werken vernietigt norm based werken. Net zoals extrinsieke motivatie intrinsieke motivatie vernietigt. Op scholen zie je dat leraren ter verantwoording worden geroepen door ouders, bijvoorbeeld over het schooladvies dat ze afgeven. Op het moment dat een leraar zegt: ‘Ik zie in uw kind geen vwo-kind’, maar zegt dat hij of zij snapt dat het wat tegenvalt of wat laag is, maar echt al een paar honderd kinderen op deze manier beoordeeld heeft en het zorgvuldig doet, dan doe je een beroep op je vakmanschap. Je wil als leraar zeggen vertrouw mij maar, ik heb hier ruimschoots ervaring mee. Dat is waar ik het over heb als ik het over een vakman of -vouw heb.” 

Wil je zeggen: vertrouw die vakman of vakvrouw eens wat vaker?

“Als het om vertrouwen gaat maak je het verschil tussen trust en confidence. Trust is het morele vertrouwen (deugdzaamheid). Confidence is een soort technisch vertrouwen (deugdelijkheid, ik heb de goede materialen/test gebruikt). Interessante van een vakman is dat hij dat altijd combineert. Een HRM-adviseur is deugdelijk in de zin van het vak bijhouden, door bijvoorbeeld op de hoogte te zijn van literatuur en arbeidswetgeving. Deugdzaam in de zin van dat er vanuit een normenkader geadviseerd wordt en aangeeft iets wel of juist niet te doen. Trots omdat je een gedeeld ideaal hebt, mensen optimaal laat ontwikkelen, in hun kracht zet.” 

“Iemand die ambachtelijk werkt beheerst zijn vaardigheden”

Hoe uit ambacht zich in het onderwijs?

“Als Tilburgse Universiteit hebben wij een mooi mission statement, namelijk kennis, kunde en karakter. Van oudsher zijn wij van de kennis, doen we onderzoek en nemen we toetsen af. Kunde kwam daarbij in de vorm van leren onderhandelen en adviesvaardigheden. De stap die we nu aan het maken zijn, is dat iemand die bij ons vandaan komt een bepaalde karaktervorming moet hebben ondergaan. En dat laatste is best lastig. Binnen de Businessschool wordt bij de internationale MBA-opleiding het vak business administration en operational excellence gegeven. In het kader van dat vak schrijven studenten een paper over de aantrekkelijke optie om productie van Nederland naar Pakistan te verplaatsen, omdat de loonkosten en de milieueisen daar lager zijn.

De vraag die wij ons moeten stellen is, is dit antwoord goed of fout? In het verleden rekenden we dit antwoord goed, waarbij we er een bedrijfseconomische calculatie onder legden. Maar als wij onszelf als Businessschool serieus nemen en we zijn van people en profit én people en planet, dan moeten we daar minstens een vraagteken bij zetten om het erover te hebben. In termen van profit heb je vijf punten verdiend, maar bij planet raak je ze kwijt. Dat type afweging moeten wij in het onderwijs meer gaan maken. Dat wordt belangrijker naarmate we medewerkers niet in allerlei bureaucratische constructies willen hebben, maar in zelfsturende teams. In iedere ambachtelijke situatie, waar die ambachtsman of -vrouw op zichzelf aangewezen is en autonoom moet willen en kunnen handelen, moet die ook zelf morele afwegingen kunnen maken.”

Waar begin je dan?

“Je begint bij de leraar, ambtenaar of verpleegkundige. De kern zit bij de professionals. Zij moeten worden uitgedaagd en in de gelegenheid worden gesteld, door onder andere bestuurders of leidinggevenden om ethische afwegingen op tafel te leggen en niet te denken ik doe wat mij gevraagd wordt en denk niet teveel na over moeilijke ethische kwesties. De makkelijke zaken moet je als bestuur gewoon regelen en voor de moeilijke kwesties moet je een klimaat creëren waarin mensen oprecht zichzelf de vraag kunnen stellen: ‘Hoort dit wel?’.”

Voor welke uitdagingen staat de publieke sector op dit moment?

“Ik denk dat er twee interessante uitdagingen zijn. Eén is het vertrouwen van burgers, cliënten, patiënten, ouders etc. Dat de publieke professional bezig is met het goede te doen, zij moeten hun gezagspositie terugkrijgen. Denk aan die leraar in het onderwijs die voortdurend e-mails van ouders krijgt in bepaalde toonzettingen. Dat de politieagent op straat niet meer wordt aangesproken met een scheldwoord. Op het moment dat professionals daar in het defensief gedrongen worden, zie je dat ze zich terugtrekken op die ethische kant en gedrag gaan vertonen zoals ‘mij zullen ze niet hebben’. Onderzoek wijst uit dat bureaucratie in de jeugdzorg mede door angstige professionals is ontstaan die in conflicten en protocolkwesties terecht zijn gekomen. Er kwamen steeds meer protocollen die moesten worden nageleefd om fouten te voorkomen.

De tweede uitdaging is dat de arbeidsproductiviteit in het publieke domein omhoog moet. Met minder mensen moeten we meer werk verzetten. Maak klassen groter in plaats van kleiner. Laat robots het ziekenhuis in, zodat we minder verpleegkundigen nodig hebben. Als we meer technologie toelaten in het publieke domein, is er minder arbeid van een bepaald niveau nodig, waardoor we de arbeid die we wel inzetten van een hoger niveau kunnen laten zijn. Op het moment dat we volhouden dat we hele kleine klassen willen, hebben we veel leraren nodig die we eigenlijk niet zo goed kunnen betalen en daardoor waarschijnlijk kwalitatief minder zijn. Een oude HRM-wijsheid omschrijft het goed: ‘If you feed peanuts, you get monkeys’. Mijn stelling zou zijn, als ik die vakbekwame professional terug voor de klas wil, dan moet ik hem of haar ook die dingen laten doen waar ze voor nodig zijn. Gebruik daarbij de technologie die we tot onze beschikking hebben. Zodat er geen slaafse uitvoering van elders bedachte protocollen nodig is, maar een zelfbewuste professionals die prima in staat is om op een hoog niveau werkzaamheden te verrichten en zelfstandig keuzes te maken.”

Maak kans op het boek ‘DE AMBACHTSMAN’ van Richard Sennett

Volgens modern socioloog Richard Sennett is ambachtelijkheid meer dan alleen vakmanschap. In dit boek gaat socioloog Richard Sennett terug naar waar ambachtelijkheid vandaan komt. Wij geven vier exemplaren weg! Stuur een e-mail o.v.v. ‘De Ambachtsman’ naar communicatie@driessengroep.nl. Deelnemen is mogelijk tot 10 januari 2019.

Dit artikel is verschenen in de decemberuitgave van het magazine van Driessen Groep, thema Ambacht.

Deel deze pagina